Duurzame ontwikkeling in Marokko: recht en burgerschap. Dat is het thema van een rondetafelgesprek in het kader van de voorbereidingen voor Rio+20, gepland op 21 en 22 juni aanstaande.
Dit evenement, dat afgelopen maandag plaatsvond aan de Faculteit der Onderwijswetenschappen in Rabat, werd georganiseerd door het ministerie van Energie, Mijnen, Water en Milieu, de interministeriële delegatie voor de mensenrechten en de Universiteit Mohammed V-Souissi in Rabat. Het vond plaats in aanwezigheid van talrijke persoonlijkheden, waaronder de interministeriële gedelegeerde voor de mensenrechten, de rector van de Universiteit Mohammed V-Souissi, de vertegenwoordiger van het departement Milieu, decanen van faculteiten, onderzoekers, vertegenwoordigers van verenigingen gespecialiseerd op milieugebied en studenten.
Via de interventies die hebben plaatsgevonden en de debatten waartoe zij hebben geleid, werd de nadruk gelegd op de rol van recht en burgerschap bij de bescherming van het milieu.
Het is bekend dat Marokko de milieukwestie sinds 1972, samenvallend met de VN-conferentie over menselijke ontwikkeling in Stockholm, in zijn zorgen en dus in zijn beleid heeft geïntegreerd.
Hoewel het milieu voor sommige sprekers en actoren vóór het midden van de jaren 80 geen grote zorg vormde, beschikte Marokko op juridisch niveau niettemin over verschillende wetgevende en reglementaire teksten die een breed scala op het gebied van milieu en natuurlijke hulpbronnen bestreken, wetten die het telkens actualiseerde wanneer de behoefte zich voordeed.
Al deze verworvenheden hebben in grote mate bijgedragen aan het in aanmerking nemen van de milieufactor en de verankering ervan in het overheidsbeleid, en aan de verbetering van de verschillende sectorale programma's en strategieën enerzijds, en de coördinatie tussen verschillende actoren en betrokkenen anderzijds.
Bovendien verankert de nieuwe Grondwet voor het eerst milieurechten onder de mensenrechten en bepaalt zij op duidelijke wijze, in de preambule en Titel II, die een waar handvest van fundamentele vrijheden en rechten is (artikelen 19, 31, 71 en 88), de toegang tot water, de erkenning van het recht op een gezond milieu en het recht van toekomstige generaties.
Andere artikelen van de Grondwet betreffen eveneens het milieu, met name:
- artikel 35 gewijd aan de realisatie van duurzame en menselijke ontwikkeling;
- artikel 71 dat het Parlement machtigt om kaderwetten te stemmen betreffende de fundamentele doelstellingen van de economische, sociale, ecologische en culturele activiteit van de Staat.
Dit juridische en institutionele arsenaal is echter op zichzelf niet voldoende als het niet gepaard gaat met acties en maatregelen op het gebied van onderwijs en bewustwording, die het gedrag van burgers ten opzichte van het milieu sturen met het oog op het veranderen van de modi en attitudes die negatief van invloed zijn op de kwaliteit van het milieu en de bescherming van natuurlijke hulpbronnen.
Daarom is de kwestie van milieuburgerschap een essentiële imperatief geworden die het succes van de nationale en internationale juridische handeling conditioneert.
Fournisseur / Bron : Youssef BENZAHRA, Libération