De stad Rabat, een keizerlijke stad die door UNESCO is geclassificeerd als werelderfgoed, wil een cultureel imago opbouwen, schrijft het weekblad «Jeune Afrique» in zijn laatste uitgave. In een artikel getiteld «de hoofdstad van Marokko droomt ervan een internationale stad van cultuur en kennis te zijn», geeft het tijdschrift aan dat Rabat al over vele culturele troeven beschikt, zoals de grote Nationale Bibliotheek, het Théâtre Mohammed V, de tentoonstellingsruimte Bab Rouah, en niet te vergeten Mawazine, het festival met 2,6 miljoen toeschouwers. De publicatie merkt op dat deze culturele dynamiek voortkomt uit de wil van ZM Koning Mohammed VI, die van Rabat een internationale culturele hoofdstad wil maken, naar het voorbeeld van Parijs, Rome of Londen. Het herinnert er in dit verband aan dat een vijfjarenplan van 9,42 miljard DH is ontworpen om het project «Rabat stad van licht» te financieren. «Men moet het licht begrijpen in de zin van kennis, uitstraling en ontdekking», legt de algemeen directeur van het Marokkaans Nationaal Bureau voor Toerisme (ONMT) Abderrafie Zouiten uit, geciteerd door het weekblad, waarbij hij benadrukt dat Marokko hecht aan zijn eigenheden, die het wil benadrukken terwijl het culturele bloei en toeristische ontwikkeling combineert. «Jeune Afrique» geeft bovendien aan dat de culturele wijding van Rabat het resultaat is van een transformatie die «zo nauwkeurig als een muziekstuk» is geregeld, waarbij wordt opgemerkt dat de hoofdstad van het Koninkrijk op een zeer strikte manier is beheerd, wat het mogelijk heeft gemaakt om de projecten voor stedelijke mobiliteit, zoals de tram of de grote Hassan II-brug, tot een goed einde te brengen. Het tijdschrift detailleert het vijfjarenplan van de stad en merkt op dat dit voorziet in de bouw van een groot theater met 2.000 plaatsen, een museum voor moderne en hedendaagse kunst, dat in september zijn deuren zal openen, evenals een museum voor archeologie en aardwetenschappen, dat de oudste dinosaurus ooit ontdekt zal huisvesten. «Al deze projecten zullen gepaard gaan met een opleidingsbeleid en het ondertekenen van overeenkomsten met internationale musea», verzekert de heer Zouiten.
Fournisseur / Bron : Libération